ICT inspirerend voor succesvolle samenwerking overheid en bedrijfsleven

Vorig artikel Volgend artikel

Partijen wisselen standpunten en ervaring uit in uitstekende sfeer van ’Lagerhuisdebat’

ICT bij de overheid wordt door de politiek te vaak beschouwd als een onderdeel van een hoofdpijndossier. In Nederland laat de minister-president of één van de ministers zich maar zelden zien op een ICT-manifestatie. In Duitsland doen de bondskanselier en de ministers-presidenten van de diverse ’Länder’ dat regelmatig. Het land staat dus niet voor niets binnen Europa te boek als kampioen in het innoveren. ICT manifesteert zich steeds vaker als middel voor vernieuwing. Zeven Nederlandse ICT-bedrijven willen gezamenlijk een bijdrage leveren om via een constructieve dialoog kennis en kunde te delen met vertegenwoordigers van de overheid.

”Perspectief van de publieke sector in 2020” luidt de titel van het visieboek dat vorig jaar werd overhandigd aan de voormalige Minister van Binnenlandse Zaken, Liesbeth Spies. De samenstellers van het boek zijn vertegenwoordigers van zeven ICT-bedrijven en topambtenaren uit alle overheidsgeledingen. Gezamenlijk vormen zij het Overheidsforum: een platform waar de publieke sector en commerciële dienstverleners vrij met elkaar van gedachten kunnen wisselen over maatschappelijke ontwikkelingen. De artikelen in het visieboek dienen als discussiestuk over bestuurlijk informatiemanagement en de inrichting van ICT-systemen ten behoeve van de overheid. In het kader daarvan vond op 24 april jl. een discussiebijeenkomst plaats in Sociëteit de Witte in Den Haag.

Deze bijeenkomst had de vorm van een Lagerhuisdebat waarbij de deelnemers over vijf stellingen hun mening kenbaar maakten en daarover met elkaar in discussie gingen. Het debat stond onder leiding van Marjet van Zuijlen, managementconsultant en voormalig PvdA-politica. Zij wist zich als spreker gesteund door een andere ex-politicus, de vroegere D’66 voorzitter Tom Kok. Tegenwoordig is hij zelfstandig adviseur en vond vanuit zijn woonplaats Curaçao de tijd een handboek te schrijven over inspirerend leiderschap.

Aan inspiratie ontbrak het de deelnemers aan het debat niet. Dat kwam mede door de prikkelende stellingen. Bij de eerste - de overheid doet haar uiterste best om IT-innovatie te stimuleren - waren de meningen duidelijk verdeeld. Niet zo vreemd natuurlijk, gelet op de samenstelling van de discussiegroep met vertegenwoordigers uit de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven. Uit de laatste categorie stamt ongetwijfeld de persoon die riep dat de overheid in het leven is geroepen om risico’s te mijden, zodat we van die kant geen innovatie mogen verwachten. Een meer genuanceerd beeld werd opgeroepen door een deelnemende topambtenaar die kon vertellen dat de overheid wel haar best doet. Het is de door de politiek gewenste Europese aanbestedingswet die echte innovatie verhindert. Daar bleken vele aanwezigen het mee eens. De overheid moet de mogelijkheid krijgen in te kunnen kopen bij innoverende partijen zonder de dwangbuis van die wet.

Te innige samenwerking leidde tot bouwschandaal
Om echt te innoveren, moet een organisatie bereid zijn in te grijpen in de bestaande werkprocessen. Zaken worden in dit geval op zijn kop gezet en dat brengt spanningen met zich mee, zowel op de werkvloer als in de bestuurskamer. Mensen bekruipt het angstige gevoel van chaos. ICT maakt al gauw onderdeel uit van een hoofdpijndossier. Het bedrijfsleven gaat gemakkelijker met die weerstand om dan de overheid. In het Lagerhuisdebat werd de vernieuwingsangst verwoord als het ontbreken van fundamenteel ’disruptive’ denken. Wat natuurlijk ook niet helpt, is de desinteresse bij de politiek als het gaat om ICT-ontwikkelingen. Een deelnemer aan het debat noemt het zelfs te gênant voor woorden hoe weinig leden van de Tweede Kamer daar inzicht in hebben.

De tweede stelling - overheid en bedrijfsleven moeten meer strategisch samenwerken - liet eveneens twee kampen van ongeveer dezelfde omvang zien. Eén helft was heel stellig: fout, want dan ontbreekt het spanningsveld om op een gezonde wijze in te kopen. De aanbestedingswet is er niet voor niets. De innige samenwerking, gebruikelijk tussen vertegenwoordigers van de overheid en mensen uit de bouw- en vastgoedsector, heeft geleid tot pijnlijke corruptievormen. Bij een strategische samenwerking gaat het altijd over lange termijn. Alleen al om die reden willen sommige vertegenwoordigers uit de ambtelijke top de samenwerking beperken tot het tactische niveau. Bij P-Direct hebben ze goede ervaring met een strategisch verbond met marktpartijen. P-Direct is het shared service centrum voor de HR-zaken bij de Rijksoverheid. De dienst is na een lange voorbereidingstijd van start gegaan. In de ontwikkelfase is gezamenlijk met de markpartijen een punt op de horizon gezet. Daarna kon iedereen weer op de gebruikelijke manier aanbesteden. Met de gevolgde procedure was niets mis.

Defensie doet vooralsnog niet mee aan P-Direct. De uitvoering van HR-taken valt nog volledig onder het beheer van het ministerie. Met een nauwe samenwerking met markpartijen heeft defensie geen problemen. Dat heeft ook te maken met de bijzondere aard van diensten en/of producten die commerciële bedrijven voor het defensieapparaat moeten ontwikkelen. Het inkoopproces verloopt soms heel direct, waarbij de handtekening van de Secretaris Generaal volstaat, zo weet een vertegenwoordiger van de softwarebranche te melden. Een accountant van het ministerie heeft inzage in de boeken van de markpartij. De hoogte van de winstmarges die het bedrijf realiseert, zijn dus bekend.

Overheidsdiensten moeten onderling meer afstemmen
Ook als het gaat om een crisis malen overheid en bedrijfsleven nauwelijks om een innige samenwerking. De affaire met DigiNotar toont het maatschappelijke belang daarvan. Mocht het selectietraject zich dan toch moeten beperken tot het uitsluitend gezamenlijk zetten van punten op de horizon, dan resteert nog altijd een aanbeveling aan de meer dan duizend overheidsinstanties om onderling te zoeken naar meer samenwerking. In het Lagerhuisdebat viel diverse keren te beluisteren dat gemeenten in de gelegenheid zijn hun ICT-activiteiten op elkaar af te stemmen. Nu is iedereen druk doende zelf het wiel uit te vinden.

De vierde stelling sloot wel goed aan op het gewenste niveau van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Aan de stelling - de overheid koopt niet effectief en efficiënt in - werd door de debatleiding de uitdrukking ’uurtje factuurtje’ gehangen. Deelnemers van het bedrijfsleven spreken echter van een spijkerharde rolverdeling, zoals die ook elders in IT-land geldt. Dus aan de ene kant van de tafel een inkoper die zo goedkoop mogelijk wil inkopen en aan de andere kant een verkoper die zo duur mogelijk wil verkopen. Toch voegde een vertegenwoordiger van KPN daaraan toe dat de overheid eigenlijk te veel tot in details zaken geregeld wil hebben. De overheid werkt met de regels van de richtlijnen uit 1993 omtrent het leveren van goederen en diensten. Die bepalingen hebben er destijds bijvoorbeeld toe geleid dat de ingrediënten en samenstelling van het dagelijkse aan Defensie te leveren brood contractueel is vastgelegd. Een willekeurige broodbakker die deze beschrijving onder ogen krijgt, herkent er zijn bakproces niet in terug.

Inkopers overheid kopen voornamelijk nachtrust
Het ontwikkelen en implementeren van software laat zich qua complexiteit moeilijk vergelijken met broodbakken. De eisen aan de ingrediënten en de samenstelling zouden dus nog wel eens veel strikter kunnen uitvallen. Niets is minder waar, zo bleek uit de discussie. In de voorgeschreven IT-architectuur zit weinig kwaliteitsvisie. Er wordt softwarematig maar wat aangebouwd. En dat terwijl de overheid wel degelijk heeft bewezen slim te kunnen inkopen. Bij de collectieve inkoop van papier bijvoorbeeld zijn mechanismen ingebouwd die leveranciers dwingen tot het leveren van kwaliteit. Maar goed, zo reageerde een andere deelnemer, inkopers van de overheid kopen voornamelijk nachtrust en dat is ook een vorm van resultaatverplichting. Een interessante opmerking werd gemaakt door een deelnemer uit de financiële wereld, waar partijen zonder dat de details openbaar worden gemaakt, ‘elkanders nieren kunnen proeven’ via ’due dilligence’ onderzoeken. Eigenlijk zou de ICT-industrie een blik moeten kunnen werpen in één grote ’data room’ van de overheid om te zien waar nu precies behoefte aan is en op welke wijze die is in te vullen.

Een dergelijke ’omgekeerde schouw’ toont wellicht de noodzaak om veel sneller en gemakkelijker uiteenlopende data binnen de overheid te kunnen combineren. Het gemis daaraan werd duidelijk in een reactie op de derde stelling: de overheid houdt te krampachtig vast aan de privacyregels bij het gebruik van digitale informatie. Diverse uitvoeringsinstanties kunnen veel slagvaardiger opereren wanneer ze beschikken over informatie, afkomstig van diverse overheidsorganisaties, hulpdiensten of zorgverlenende instellingen. Bij het combineren van data uit dossiers ontstaat een eenduidig beeld op de situatie. Soms verhinderen de privacyregels het bundelen van de verschillende persoonsgebonden informatie-elementen, zeker als bij het oplossen van het probleem ook niet-overheidsinstanties zijn betrokken.

Overheid moet vasthouden aan privacy-regels
Hoewel de meeste deelnemers aan het Lagerhuisdebat zich het gevoel van onmacht van een uitvoeringsorgaan van de overheid kunnen voorstellen, houdt de meerderheid vast aan de stelregel dat de overheid als geheel rekening moet houden met de privacy bij het uitwisselen en raadplegen van dossiers. Dat is haar taak. In veel gevallen is het combineren van verschillende informatiebestanden helemaal niet nodig. Maar, zo vinden de discussiërende partijen, burgers kunnen het recht op privacy ook verspelen, bijvoorbeeld door ongepast gedrag.

Strikte handhaving van de privacyregels is bovendien te duur, zo stelde een deelnemer aan het debat. Voorbeeld: volgens de rechter is het gebruik van het Burger Service Nummer (BSN) op de nieuwe Rijkspas voor het identificeren van ambtenaren in strijd met de wet. Er wordt nu naarstig gezocht naar een alternatief. Daar zijn kosten mee gemoeid. Voorstanders van strikte handhaving van de privacyregels menen echter dat de risico’s bij het vrijgeven van allerlei overheidsdossiers van te voren niet zijn in te schatten. De gegevens uit de overheidsdossier komen terecht bij andere partijen. Die maken nieuwe informatie van de verkregen data. De effecten van het veranderen van deze informatie zijn nog onbekend.

Nieuwe generatie maakt de overheid van 2020
De derde stelling in het Lagerhuisdebat raakte de kern van de digitale samenleving: de ethiek. Want over privacy bestaat er duidelijk een verschil van mening tussen de generaties. Doorgaans zijn jongeren meer bereid om via sociale media allerlei privé-informatie met elkaar te delen dan ouderen. Die waarneming bood de inspiratie voor het formuleren van de laatste stelling in het debat: niet de huidige maar de nieuwe generatie maakt de overheid van 2020. Praktisch alle deelnemers onderschrijven de stelling. Veel praktijkvoorbeelden werden niet aangedragen. Die zijn er wellicht ook niet, vanwege een te kort aan banen bij de overheid. Er is weinig instroom van jongeren en dat terwijl de politiek en de sociale partners ook al voor het merendeel vijftigplusser tellen. Jongeren blijken uitstekende te functioneren in omgevingen waarin ze vertrouwen krijgen en ze als proceseigenaar in de gelegenheid zijn persoonlijke doelen na te streven. Op dat vlak bestaat er geen verschil meer tussen de overheid en het bedrijfsleven.

Verdubbeling van excellent uitgevoerde taken
De afsluiting van het debat bestond uit het opsommen van conclusies, waarin alle deelnemers zich konden vinden. ICT is niet alleen ondersteunend voor de correcte uitvoering van overheidstaken , maar tevens inspirerend voor de publiek private samenwerking. In dat kader is meer onderzoek naar het inzetten van sociale media wenselijk. Bedrijfsleven en overheid streven beide naar een duurzame samenleving. De overheid verricht op zeker tien terreinen baanbrekend werk, waarvoor ook internationaal erkenning bestaat. Het aantal excellent uitgevoerde taken is te verdubbelen, wanneer de overheid en het bedrijfsleven elkaar in goede samenwerking blijven inspireren.

 

Ook nieuws plaatsen op DC Business?

Meer info
Verder lezen op DC Business
Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies